Sappho – Fr. 105a

οἶον τὸ γλυκύμαλον ἐρεύθεται ἄκρῳ ἐπ’ ὔσδῳ,

ἄκρον ἐπ’ ἀκροτάτῳ, λελάθοντο δὲ μαλοδρόπηες·

οὐ μὰν ἐκλελάθοντ’, ἀλλ’ οὐκ ἐδύναντ’ ἐπίκεσθαι.

De appel

Zoals de zoete appel bloost op de hoge tak,

hoog op de hoogste, vergaten hem de appelplukkers:

vergaten hem niet echt, maar konden hem niet bereiken.